Behoud van oude gebouwen berust op emotie | Maintaining old buildings relies as much on emotional as on objective categories
“Volgens Bernard Colenbrander zijn veel gebouwen aan een drastische verandering toe. Niettemin is er veel discussie over het motief van de herbestemming en hoe die verandering vervolgens vormgegeven moet worden. Monumentenzorg heeft een eigen definitie over cultureel erfgoed geformuleerd. Hierdoor worden veel gebouwen geballoteerd. Colenbrander vindt dat Monumentenzorg zogenaamd een objectief oordeel geeft over de invulling van cultureel erfgoed, terwijl dit oordeel tamelijk subjectief is. De status die Monumentenzorg aan cultureel erfgoed geeft is, Volgens Colenbrander, gebaseerd op kunsthistorische motieven. ‘Historische gebouwen die puur worden gekeken met een statische blik, kunnen aleen functioneren in een statische superwerkelijkheid en moeten blijkbaar de status van monument krijgen. Ook al druist dat in tegen de harde dynamiek van de maatschappij. Door van oude, klassieke gebouwen monumenten te maken en er geld in te steken tegen onvermijdelijk verval, wordt het beleid van Monumentenzorg gevestigde praktijk. Kerken en kastelen worden hierdoor stijlvoorbeelden van een vermeende oertoestand of uniekheid. Alsof dit de taal moet zijn van Monumentenzorg waarbij behoud voorrang heeft op vernieuwing. Dit brengt onherroepelijk een schisma teweeg in de monumentenzorg en de architectuur. Monumenten zijn door dit willekeurige beleid steeds moeilijker te begrijpen… Monumentenzorg zou toenadering moeten zoeken tot de architectuur. Er moet meer samenwerking ontstaan met welstand en andere monumentenorganisaties. Een trend die al landelijk zichtbaar is in de installatie van commissies ruimtelijke kwaliteit in verschillende gemeentes.’”
(excerpt from Inhoud#2, Architectuurcentrum Eindhoven 2009. Text: Tosca Vissers)
Prof. Dr. Bernard Colenbrander is Professor of Architectural History, Chairman of the unit Architectural Design & Engineering (ADE), and lectures on Architectural History and Theory (AHT) in the Technical University Eindhoven.